Betekenis Luske Monument

Opgelet: wordt in een nieuw venster geopend. PDFAfdrukkenE-mail

Het Luskemonument symboliseert ook de gastvrijheid van vele huishoudens van Horssen voor de onderduikers

Tijdens de oorlogsjaren moeten er in Horssen en Bergharen ongeveer 200 onderduikers korte of lange tijd gezeten hebben: sommigen waren op de vlucht, anderen waren niet bereid om in Duitsland te gaan werken zoals ook enkele eigen inwoners.
Omdat Maas en Waal een afgesloten gebied was zonder doorgaande wegen, zaten zij hier betrekkelijk veilig.
Bovendien was op ons rustige platteland geen gebrek aan voedsel.
In het begin van de oorlog waren het vooral Joden en verzetsmensen, die hier toevlucht zochten; vanaf 1942 kwamen daar de grote aantallen werkweigeraars bij.
De Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (L.O.) - hier in de omtrek onder leiding van burg.Luske en Menno Cannegieter - hielp hen bij het vinden van onderduikadressen.
Behalve de onderduikers zelf liepen ook zij, die onderduikers herbergden een groot risico; daarom werden de schuilplaatsen binnen de huizen zoveel mogelijk verlaten als er onraad te bespeuren viel; men vluchtte dan de polder of het Horssense bos in.
De meeste onderduikers wisten van elkaar niets of heel weinig; het was onderling veelal niet bekend waar een ander ondergedoken zat.
Wel waren zij meestal in groepjes van twee of drie.
Op zich was dit voor ieders veiligheid een goede zaak maar het maakt het moeilijk om een volledig overzicht van deze personen te verkrijgen.
Vele onderduikers bedienden zich bovendien van schuilnamen en hadden vervalste identiteitspapieren met daarop bijv.
een beroep, dat vrijgesteld was van de arbeidsverplichting of werd de leeftijd hierop aangepast.
Behalve de nagenoemde zijn er wel meer gasthuizen en onderduikers geweest, maar omdat de hoofdbewoners hun kinderen angstvallig buiten deze aangelegenheden hielden, blijft veel onbekend.

Bij Allegonda Gremmen (op het Hoog) had Jan Gorter, een student uit Wageningen, onderdak en de uit Zuid Holland afkomstige Henk Sala (zie verderop bij Verburgt).
Bij de familie Gremmen woonde ook Anna van de Hazelkamp, die als oudste van de familie vld Hazelkamp (die toen woonde aan de Hoogveldsestraat op de plek waar Hendrik v/d Bosch zijn herenhuis gebouwd heeft) vanaf haar 7e jaar als pleegkind bij hen werd opgenomen.
Henk werkte overdag als boerenknecht; eerst korte tijd in de buurt bij Thaus van de Hurk nadien bij Marcelles van de Berg in de Mekkersteeg.
Hij trouwde met Nellie Mulders uit de Mekkersteeg, de dochter van boswachter Frans Mulders en Sepha van Vught.
Na de oorlog nam hij haar mee naar Goeree.
Jan Gorter kwam uit Arnhem; hij studeerde op de Landbouwhogeschool in Wageningen.
Om te mogen blijven studeren eisten de Duitsers van alle studenten, dat ze een loyaliteitsverklaring t.o.v. Duitsland zouden ondertekenen.
Jan weigerde dit.
Mede omdat de situatie in Wageningen steeds onvriendelijker en onveiliger werd (er werden al vroeg razzia's gehouden), vertrok Jan uit Wageningen en kwam via een relatie van de Heidemij bij de familie Gremmen in de kost.
Als werkopdracht kreeg hij mee het verrichten van bodemonderzoek in zijn nieuwe omgeving.
Echt onderduiken moest hij nadat de arbeitseinsatz werd aangekondigd. Hij hield zich erg rustig; lezen en studeren was zijn geliefde bezigheid; af en toe hielp hij een handje mee in de moestuin.
Bij onraad vluchtte hij naar een bossage in de buurt van de alleenstaande boerderij van Wim Derks vooraan op de Aspert.
Hij herinnert zich nog enkele nachten doorgebracht te hebben op de 2" verdieping van de korenmolen van Cornelis van Summeren.
Zeker in de beginjaren kon hij zich betrekkelijk vrij bewegen in het maar zelden door Duitsers bezochte dorp.
Vanwege zijn onderduiken is hij eenmaal op visite geweest bij Luske in Bergharen; kort erna kreeg hij bij Gremmen bezoek van Menno.
Omdat zijn ouders in Arnhem woonden kon hij nog niet naar huis, toen in september 1944 onze streek bevrijd was.
Voor de Cultuur-technische dienst heeft hij toen nog wat grondboorwerk kunnen verrichten.
Na de oorlog ging hij verder studeren.
Hij heeft de in november 1945 georganiseerde "dag van dankbaarheid" bezocht.
Hij onderhoudt nu nog contact met Marie van de Hazelkamp (Molen'Hoek'), de jongste zuster van Anna.
Marie was parttime werkster bij secretaris Bull en fungeerde als invalkracht bij de familie Luske; zij werkte in de winkel van bakkerij Max Coppes, bij wie in de mobilisatietijd een militair distributiekantoor was gehuisvest en in de oorlogsjaren menig schaap illegaal het leven liet.
Bij Gremmen verbleef ook enige tijd Frans van de Brink, nadat hij eerder enige maanden bij Lekkerkerker was; nadien vertrok hij naar Bergharen bij de familie van de Donk.

Bron: Dorpskrant De Klep, april 2012

Jan Herkenrath